De wai is de traditionele begroeting in Thailand. Het is tegelijk een betuiging van respect. Statusverschillen komen er bij tot uitdrukking. De wai is een gracieus gebaar: de handpalmen worden tegen elkaar gevouwen en voor of onder het gezicht opgeheven. Hierbij maakt men een lichte buiging met het hoofd. Degene in een lagere positie begroeting maakt als eerste een wai, die wordt beantwoord met een iets lagere wai. Een wai tegenover personeel in een hotel of restaurant is niet gepast en brengt hen in verlegenheid. Thais geloven namelijk dat het ongeluk brengt als iemand van hogere status als eerste een wai maakt. Als het statusverschil te groot is wordt een wai niet beantwoord, bijvoorbeeld volwassenen tegenover kinderen. Monniken en leden van de koninklijke familie zullen een wai nooit beantwoorden. Monniken onder elkaar beantwoorden de wai echter wel.
Wanneer Thais elkaar aanspreken, beginnen ze meestal met vragen als ‘waar ga je naartoe?’ of ‘waar kom je vandaan?’. Hoewel dit op buitenstaanders mogelijk als nieuwsgierig overkomt, moet een dergelijke vraag in feite opgevat worden als ‘hoe gaat het ermee?’ Zo’n vraag vergt dus geen ellenlange uitweidingen. Verder kunt je vragen verwachten als: ‘Bent u getrouwd?’ of ‘Hoeveel verdient u?’ In Thailand valt dit soort vragen onder de dagelijkse small talk en heeft men niet de bedoeling om in je privé-leven te graven. Een gepast antwoord op de laatste vraag is bijvoorbeeld: ‘genoeg om van te leven’ (pho kien pho tchai).
Iemands hoofd aanraken is erg onbeleefd, zelfs kinderen even een vriendelijk aaitje over de bol geven. Het hoofd geldt als de woonplaats van de ziel en is dus het 'hoogste' lichaamsdeel, dat dan ook het meest geëerbiedigd moet worden. Lang geleden moesten zelfs beulen zich bij hun slachtoffers verontschuldigen voor het 'aanraken' van hun hoofden. Uiteraard geldt dit taboe niet voor kappers, masseurs en oorartsen.
Iemand wenken in Thailand doe je met de handpalm naar beneden en een snelle beweging van de vingers naar je toe. Wijs nooit met een vinger naar een persoon. Dat is een teken van gebrek aan eerbied voor de betrokken persoon en degradeert hem/haar tot een 'minderwaardig' mens. In het verleden wezen alleen heersers op die manier hun slaven aan, en dan was er meestal niet veel goeds te verwachten. In plaats van met de vinger te wijzen kun je beter iemand aanduiden met een kort hoofdknikje, dat getuigt van fijngevoeligheid en fatsoen. De voeten zijn de tegenpool van het hoofd en worden voor onrein gehouden, omdat ze het gemakkelijkst met vuiligheid in aanraking komen. Trap vooral niet met je voet een deur open.
Bezoeken aan alle heiligdommen dient blootshoofds te gebeuren en op blote voeten. Als je om een pagode heen loopt, doe dat dan met de wijzers van de klok mee. Draag je je schoenen in de hand, dan houd je ze het best in de buitenste, de linkerhand, want schoenen gelden, net als voeten, als onrein en mogen daarom niet naar de heilige plaats wijzen. Ga je met je voeten in de richting van een boeddhabeeld of monnik zitten, dan maak je je schuldig aan een grove belediging. Maak vooral geen foto van iemand voor een boeddhabeeld. Dat wordt als heiligschennis gezien.
Sanuk, sabai, suay. Sanuk betekent 'plezier', sabai is 'gezellig' en suay is Thai voor 'mooi'. Belangrijke kenmerken van de Thaise levensfilosofie. Thais zijn plezierzoekers, die het beste van hun leven proberen te maken, maar dan wel hier en nu. Het leven behoort sanuk en sabai te zijn. Het 'mooi zijn' van de omgeving, van personen en dingen is van het hoogste belang. In Thailand is men als het ware verslaafd aan een ware schoonheidscultus, die overal tot uiting komt. Mensen willen netjes gekleed zijn, er verzorgd uit zien. Men wast zich meermalen per dag van top tot teen en wie zorg aan zichzelf besteedt, zal nooit twee opeenvolgende dagen dezelfde kleren dragen. Eten moet uitstekend smaken, want ook genieten van voedsel behoort tot sabai. Thais denken bij voortduring aan eten en de korte pauze tussen de talrijke maaltijden worden gebruikt voor de planning van volgende menu's. Voorwerpen voor dagelijks gebruik worden eerst gekeurd op hun schoonheid, en daarna pas op hun praktische gebruiksmogelijkheden. Bijna dagelijks zijn er in het land georganiseerde schoonheidswedstrijden.
Kathoeys (transseksuelen of travestieten) worden meestal tolerant tegemoet getreden. Ze zijn immers suay. Alles en iedereen is acceptabel, als het maar mooi is.
De Thais kleden zich graag formeel voor bepaalde gebeurtenissen. De Thais zijn, zoals gezegd, minnaars van schoonheid, die een medemens grotendeels op het uiterlijk beoordelen. Keurige kleding suggereert zorgeloze welvaart. Een ongewassen haardos, transpiratiegeur en (ongewassen) sjofele kleding maken het gezichtsverlies totaal. Een korte broek is in huiselijke kring en aan het strand geen probleem. Maar in het openbaar wordt het dragen van shorts als niet netjes gezien. Bij het bezoeken van tempels dienen met name vrouwen er voor te zorgen dat armen en benen bedekt zijn.
Meningsverschillen tussen mensen worden in Thailand zelden openlijk geuit. Je geduld verliezen, boos worden of een woordenwisseling in het openbaar betekenen namelijk 'gezichtsverlies'. Confrontaties worden het liefst uit de weg gegaan, om anderen niet in verlegenheid te brengen. Kritiek wordt direct als een persoonlijke belediging ervaren. Ook het uiten van positieve emoties als genegenheid, gebeuren subtieler dan wij gewend zijn. Het in het openbaar tonen van affectie (zoals zoenen) tussen verschillende geslachten wordt niet op prijs gesteld. Daarentegen lopen jongens met jongens en meisjes met meisjes vaak hand in hand, zonder enige bijbetekenis. Bij officiële of religieuze bijeenkomsten zitten vrouwen en mannen vaak apart.
Thailand staat bekend als het 'Land van de glimlach'. De Thaise glimlach is in de eerste plaats bedoeld om het leven zonder problemen door te komen. Een (glim)lach kan vele betekenissen en functies hebben, al naar gelang situatie en sociale omstandigheden. Mensen lachen uit verlegenheid, onderdanigheid, boosheid, maar natuurlijk ook gewoon uit blijdschap of vriendelijkheid. Een glimlach wordt ook gebruikt waar wij 'sorry' of 'dank je' zouden zeggen. Vragen om een gunst aan privé-personen en ambtenaren hebben zeer veel kans van slagen, als ze vergezeld gaan van een vriendelijk lachje. Eigen fouten, misstappen of blunders worden dikwijls met een lachje verdoezeld, dat tegelijk een verontschuldiging is. Als Thais glimlachen bij een verschil van mening, dan is dit een poging om de andere partij vriendelijker te stemmen om zo een ernstig conflict te voorkomen. Een glimlach kan ook een weigering inhouden. Als een verzoek of vraag beantwoord wordt met een lachje zonder dat daarbij positief wordt gereageerd met een verklaring of belofte, dan betekent dit lachje "Sorry, dat kan niet", "Dat weet ik niet", enz. De glimlach is meer een masker voor verschillende emoties, maar wel prettig om te zien.
Behalve het geloven in geesten is er ook veel bijgeloof. Hier enkele voorbeelden. De uitvoering van grote plannen, bijvoorbeeld verhuizingen of reizen moeten nooit op een woensdag worden begonnen. Zelfs haarknippen op deze dag zou ongeluk kunnen brengen. Daarom zijn vele kapperszaken op woensdag gesloten. Er zou toch niemand komen. Zwangere vrouwen moeten nooit op de drempel van de deur gaan zitten. Dat zou een zware bevalling tot gevolg kunnen hebben. Om een lichte bevalling te waarborgen, moet de vrouw onder de buik van een olifant doorkruipen. Zwangere vrouwen die met een grote keukenlepel eten, krijgen kinderen met grote, lelijke monden. Tijdens een maaltijd in de huiselijke kring mag nooit opgemerkt worden dat het eten goed smaakt. Dat zou gehoord kunnen worden door geesten, die dan buikpijn zouden opwekken. Kleine kinderen mogen om dezelfde reden nooit mooi genoemd worden, maar moeten altijd met 'lelijk' worden betiteld, opdat de geesten het kind niet zullen opmerken en het uit jaloezie eventueel zouden pijnigen. Overledenen krijgen een munt in de mond gelegd, opdat zij tijdens hun zielsverhuizing niet geheel platzak zijn. Nadat het lichaam is verbrand proberen de begrafenisbezoekers de munt te vinden, aangezien deze veel geluk zal brengen. In huis mag men niet fluiten, aangezien daarmee de boze geesten worden aangelokt.
Buitenlanders zullen maar moeilijk kunnen begrijpen hoever de eerbied van het Thaise volk voor de koninklijke familie reikt, aangezien een dergelijke relatie in geen enkel ander land ter wereld te vinden is. De tegenwoordige vorst, zijne majesteit Bhumibol Adulyadej, Rama IX, besteeg de troon in 1946, en is daarmee de langst regerende vorst van de Chakri-dynastie. Koning Bhumibol en koningin Sirikit zijn een symbool van wijsheid, goedheid en liefde voor het volk. De burgers geven de koning een grote persoonlijke loyaliteit, deels vanwege de traditie, maar ook vanwege diens positieve inzet voor de Thaise samenleving. In hotels, restaurants, bussen, tuktuks en openbare gebouwen hangen vele portretten van het koningspaar. Veel Thais zien hun koning als een soort halfgod. Negatief commentaar op de koninklijke familie is zowel een sociaal als legaal taboe.
Meer informatie over culturele verschillen en omgangsvormen vind je in TE GAST IN Thailand. Het boekje kost 8,95 en is te bestellen via: www.tegastin.nl.